Gezond roosteren als oplossing voor hoge werkdruk?

Gezond roosteren als oplossing voor hoge werkdruk?

Het is niets nieuws: de werkdruk onder ziekenhuispersoneel is hoog. Werkdruk die door de huidige ontwikkelingen in het zorgstelsel, zoals de administratieve last, de complexer wordende zorg en vergrijzing, niet op korte termijn zal dalen. Deze hoge werkdruk kan negatieve consequenties met zich brengen voor medisch specialisten, zoals een verlaagde werktevredenheid, grotere kans op het maken van fouten en een vermindering van het mentaal en fysiek welzijn. Een oplossing voor de hoge werkdruk is gezond roosteren. Stagiaire (inmiddels collega) Annabel Lemkes focuste zich met haar afstudeeronderzoek op gezond roosteren binnen vakgroepen. Ze interviewde 12 vakgroepen in de kindergeneeskunde. We delen graag haar bevindingen!

Wat is een gezond rooster?
Een manier om de werkdruk van medisch specialisten te verlagen is het hanteren van een gezond rooster. Een gezond rooster behartigt de belangen van de medisch specialist, de patiënt en het ziekenhuis. Denk hierbij zoal aan het inplannen van hersteltijd en het voorwaarts roteren van een rooster. 
De definitie van gezond roosteren is nog niet eenduidig. Er is geprobeerd meer invulling te geven aan dit begrip door middel van de Handreiking Gezond Roosteren, uitgebracht in 2014 in opdracht van de LAD, NVZ en OMS. Ondanks deze handreiking blijven er vragen over wanneer een rooster gezond is. Hierbij spelen verschillende factoren (o.a. grootte van de vakgroep, voorwacht en drukte van nachtdiensten) een rol in de smaak die het beste bij een vakgroep past.

Lastig in te voeren
Uit Annabels onderzoek blijkt dat vakgroepen het lastig vinden gezond roosteren in de praktijk in te voeren. Redenen hiervoor zijn dat de kaders voor een gezond rooster soms onduidelijk zijn, wat maakt dat er verschillend invulling kan worden gegeven aan bijvoorbeeld de hersteltijd in het rooster. Dit is ook terug te zien in het wijde spectrum van vormen waarop hersteltijd opgenomen is in de roosters van de onderzochte vakgroepen. Er zit variatie in de mate waarin men vrijgesteld wordt van taken, de lengte van de hersteltijd en de timing van hersteltijd in het rooster.

Wel of niet gezond roosteren?
Dat er geen eenduidige invulling is voor gezond roosteren – mede doordat de factoren per vakgroep sterk variëren - maakt dat sommige vakgroepen in Annabels onderzoek ervoor gekozen hebben nog niet van start te gaan met gezond roosteren. Deze keuze lijkt vaak samen te hangen met een gebrek aan consensus binnen de vakgroep. Om gezond te kunnen roosteren moeten er opofferingen worden gedaan binnen de vakgroep (denk aan minder flexibiliteit in het rooster of een verminderde continuïteit van de zorg), waardoor het belangrijk is om het binnen de vakgroep allereerst eens te worden over wat men ervoor over heeft om gezond te gaan roosteren.

Het creëren van draagvlak
Een ander argument om niet te starten met het invoeren van een gezond rooster is het gebrek aan draagvlak binnen de RvB. Een goede manier om dit draagvlak te vergroten is het bijhouden van een urenregistratie, wat de gemaakte uren goed inzichtelijk maakt. Toch blijkt ook dat zonder draagvlak binnen de RvB gezond roosteren in de praktijk gebracht kan worden. Zo heeft een vakgroep gezond roosteren stapsgewijs ingevoerd, waarbij eerst een tussenvorm is gehanteerd.  Er is begonnen met een halve dag administratie na dienst, om dit vervolgens uit te breiden naar een hele dag administratie en te eindigen bij een volledige dag vrij na dienst. Ondanks dat specialisten als compromis een halve dag extra zijn gaan werken, was dit het voor hen wel waard. Stapsgewijze invoering bleek ook een succesvolle manier om medische specialisten die in eerste instantie geen behoefte hadden aan gezond roosteren, de voordelen van een gezond rooster in te laten zien.

De voordelen van gezond roosteren
Van de vakgroepen die wél actief zijn gestart met gezond roosteren zijn de resultanten positief. Ondanks dat er misschien iets voor ingeleverd moet worden, zijn er veel factoren die positief worden beïnvloed door een gezond rooster. Zo verlaagt het vooruitzicht dat men hersteltijd heeft na een nachtdienst de mentale druk van zo’n dienst. Ook is de ervaring dat herstellen na een dienst meer (positieve) energie oplevert, waardoor onder andere meer interesse getoond kan worden in de patiënt en er ook meer ruimte is om jezelf te ontwikkelen als medisch specialist. Medisch specialisten hebben daarnaast het idee dat men na herstel efficiënter werkt en dus de productie minder onder druk komt te staan dan verwacht. Al deze factoren dragen bij aan de werktevredenheid van specialisten. 

Annabels onderzoek maakt inzichtelijk dat ondanks het feit dat er onduidelijkheden bestaan over de invulling van een gezond rooster, dit geen belemmering hoeft te zijn om er mee aan de slag te gaan. Het is vooral belangrijk om binnen de vakgroep in kaart te brengen welke factoren het zwaarst wegen om te komen tot een gezond rooster, om zo vakgroepgebonden randvoorwaarden op te kunnen stellen. Ga als vakgroep eerst om de tafel om dit duidelijk te krijgen, zodat daarna een gezond(er) rooster in praktijk gebracht kan worden. Zolang er binnen de vakgroep mandaat is, kan een gezond rooster binnen handbereik zijn. 

Deze bevindingen zijn gebaseerd op een onderzoek onder 12 vakgroepen kindergeneeskunde. We zijn ook benieuwd naar de ervaringen binnen uw organisatie. Wilt u hierover met ons doorpraten? Neem gerust contact met ons op.