De meest gestelde vragen rondom e-health

Dat e-health vanaf 2018 geregistreerd en gedeclareerd kan worden, heeft bij zorgorganisaties tot veel veranderingen geleid. Wat zijn de meest gestelde vragen rondom e-health? Wij zetten de vragen én antwoorden voor u op een rijtje.

1. Wat is er veranderd in 2018?

De NZa maakt het mogelijk om consulten die op afstand zijn verleend te declareren. Deze consulten spelen een rol in de afleiding van DBC-zorgproducten, waarvoor drie nieuwe zorgactiviteiten zijn ingevoerd. De zorgactiviteiten ‘Screen to screen beeldcontact ter vervanging van een fysiek herhaalconsult (190019)’ en ‘Teleconsult (190025)’ zijn vervallen.

Nieuwe zorgactiviteiten (ZA-code, ZA-omschrijving, ingangsdatum):

  • 190161: Screen to screen consult ter vervanging van een Polikliniekbezoek, 01-01-2018
  • 190162: Belconsult ter vervanging van een herhaalpolikliniekbezoek, 01-01-2018
  • 190163: Schriftelijke consultatie ter vervanging van een herhaalpolikliniekbezoek, 01-01-2018

De drie nieuwe zorgactiviteiten worden in een subtraject vastgelegd en bepalen mede welk zorgproduct wordt afgeleid. Hierdoor kunnen meer consulten worden vastgelegd, waardoor de productie van licht-ambulante en ambulant middel zorgproducten toeneemt. 

2. Wat is belangrijk bij het registreren van e-health?

Uw systeem moet zijn ingericht om de codes vast te kunnen leggen - denk aan afspraken en afspraaktypes, maar ook aan registratiesjablonen. Aanvullend wilt u controleren of er wel een face-to-face contact in het zorgtraject aanwezig is (omdat deze zorgactiviteiten op zichzelf al afleiden tot een declarabel zorgproduct), bijvoorbeeld via controlelijsten. Medisch specialisten en secretaresses moeten geïnstrueerd zijn wanneer ze welke code mogen registreren. Er moeten ook op dit gebied dus afspraken zijn gemaakt, al dan niet in overleg met zorgverzekeraars. Ook wanneer er geen contract is met de zorgverzekeraar mogen consulten die op afstand verleend zijn gedeclareerd worden.

3. Wat is belangrijk bij de inrichting?

Het belangrijkst is dat goed is afgesproken welke zorg voldoet aan de eisen voor consulten op afstand. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vastlegging van het medisch dossier waarin vermeld staat wat besproken is tijdens het consult. Daarnaast moeten gebruikers geïnstrueerd zijn wanneer ze welke code moeten vastleggen. Om de kwaliteit van de zorg te borgen dient aan het begin van een zorgtraject nog steeds een fysiek face-to-face contact plaats te vinden. In de RZ18b is niet vastgelegd dat een consult op afstand met een vertegenwoordiger van de patiënt mogelijk is. Dit impliceert dat een consult uitsluitend mag plaatsvinden met de patiënt zelf. In 2019 wordt een aanpassing verwacht om consulten op afstand met vertegenwoordigers van patiënten te declareren. Dit biedt dan onder andere kansen voor mantelzorgers, in de geriatrie en bij kindergeneeskunde. Een belconsult (190162) en schriftelijke consultatie (190163) voor trajecten die gestart zijn voorafgaand aan 2018 spelen geen rol in de afleiding.

4. Wie is er betrokken bij e-health?

Duidelijk zal zijn dat in ieder geval een functioneel beheerder een belangrijke operationele rol speelt bij de inrichting. Op strategisch niveau is voor de Raad van Bestuur en de medische staf eveneens van belang op welke manier e-health ingezet wordt. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde patiëntgroepen. Binnen Finance & Control heeft, naast de zorgadministratie, de zorgverkoper een belangrijke rol. Hij moet, in overleg met de zorgverzekeraar, kaders bepalen, bijvoorbeeld om een macro-budgettair neutrale overgang te realiseren. Vanzelfsprekend is het ook van groot belang om met patiënten te communiceren over deze veranderingen. Wanneer e-health wordt gedeclareerd, wilt u een patiënt hiermee niet onaangenaam verrassen. Als er wel consulten op afstand mogelijk zijn, maar deze nog niet plaatsvinden, wilt u een patiënt natuurlijk graag wijzen op deze mogelijkheid.

5. Wat zijn de gevolgen van de verplichte ‘macro-budgettair neutraal’ invoering?

Nu meer consulten een rol in de afleiding spelen, is het te verwachten dat er meer zorgproducten gedeclareerd worden (licht-ambulant in plaats van een uitvalproduct). Te verwachten is ook dat zorgproducten ‘zwaarder’ zullen afleiden (ambulant-middel in plaats van licht-ambulant). De mogelijke meeropbrengsten hieruit moeten worden verrekend. Dit vanuit de gedachte dat de zorg goedkoper wordt dankzij de inzet van consulten op afstand. Daarnaast gaat de NZa ervan uit dat de huidige zorg op afstand al verdisconteerd is in de tarieven voor de bestaande zorgproducten. Daarom zal er een verrekening plaats moeten vinden zodat de zorgkosten op macroniveau gelijk blijven. Wanneer de aantallen toenemen, zal de prijs per product omlaag moeten. In welke mate hangt af van de verwachte toename van licht-ambulante zorgproducten en de verschuiving naar middel-ambulante zorgproducten.

6. Hoe bepaal ik de financiële impact van e-health op mijn organisatie?

De impact van het vastleggen van e-health is afhankelijk van:

  • De huidige vastlegging van teleconsulten (en schriftelijke consulten) in uw organisatie.
  • De mate van betrouwbaarheid om de impact te kunnen voorspellen.
  • De afspraken die u maakt met uw zorgverzekeraar.

Omdat de definitie en het gebruik van de huidige teleconsulten (TC) niet overeenkomt met de nieuwe codes kunt u geen een-op-een vertaling maken. U moet daarom een inschatting maken van de productie op licht-ambulante en middel-ambulante zorgproducten als gevolg van de consulten op afstand. Een aantal organisaties legt haar huidige teleconsulten niet of nauwelijks vast, omdat het niet typerend is voor het zorgproduct. Schriftelijke consulten worden momenteel helemaal niet vastgelegd als zorgactiviteit. Duidelijk is dat het van groot belang is om zowel een goede schatting te maken van de teleconsulten die wél omgezet kunnen worden als de hoeveelheid schriftelijke consultaties die u gaat uitvoeren. Dit kan op basis van gesprekken met zorgverleners en uw huidige data. Daarnaast is het aan te raden om dummycodes te registreren om te bepalen wat het aandeel van e-health is in de verschuiving naar licht-ambulante en middel-ambulante zorgproducten.

7. Wat moet ik met mijn verzekeraar afspreken?

U hoeft hierover niets nieuws met hen af te spreken. De nieuwe zorgactiviteiten mogen altijd gedeclareerd worden, zoals eerder aangegeven ook zonder contract met de zorgverzekeraar. De definitie van een belconsult en schriftelijk consult is nauwelijks ingekaderd en daardoor ruim te interpreteren. Wij adviseren u om over de voorwaarden en invulling van definities vooraf consensus te bereiken tussen partijen. Met de landelijke branchepartijen en de zorgverzekeraars is afgesproken dat deze wijziging macro-budgettair neutraal uitgevoerd moet worden. Wanneer de financiële impact bepaald is, moet dit worden meegenomen in de onderhandelingen en tarieven van licht- en middel-ambulante zorgproducten. De inschatting vooraf van de financiële impact is een risico voor de ziekenhuizen. Achteraf moet u een verrekening maken met uw zorgverzekeraar. Het gebruik van dummycodes kan helpen om dit goed in beeld te krijgen.

8. Welke kansen biedt e-health?

Communicatie via e-toepassingen is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. De bekostigingsstructuur van de MSZ loopt hierop achter, waardoor bij zorgorganisaties drempels zijn ontstaan om e-health vast te leggen en te organiseren. Deze wijziging moest voor 2018 budgetneutraal zijn maar er is nog niet gemeld wat dit voor de verdere toekomst betekent. Het voorgenomen besluit van de NZa is om voor 2019 ook wijzigingen aan te brengen in de registratie en bekostiging voor telemonitoring in de thuissituatie. Het zal duidelijk zijn dat het nu belangrijk is om als zorgorganisatie te bepalen wat te doen met e-health en hoe dit vorm te geven. Dit vraagt om strategische keuzes, waarbij de zorgverlening voor de patiënt efficiënter, en in sommige gevallen effectiever, kan verlopen. Bijvoorbeeld door patiënten minder vaak naar het ziekenhuis te laten komen. Vele medisch professionals hebben daar goede ideeën over en het is nu mogelijk om die plannen te koppelen aan een passende bekostiging. Dit alles vraagt om een goede samenwerking tussen medici en ondersteunende diensten zoals zorgverkoop, ICT en zorgadministratie zodat er samen kansen kunnen worden gecreëerd om de zorg voor de patiënt te verbeteren.

9. Wat betekent dit voor onze patiënten?

Wanneer e-health is ingericht hoeven patiënten minder vaak naar het ziekenhuis te komen. E-health kan ook als een laagdrempeliger vorm van zorg ervaren worden. Belangrijk hierbij is dat de patiënt goed geïnformeerd wordt en dat de definitie van e-health duidelijk en voor hem of haar aanvaardbaar is. Vanzelfsprekend moeten ook de kosten in verhouding staan tot de ontvangen zorg. De patiënt krijgt steeds meer inzicht in de kosten van zijn of haar zorg en deze kosten moeten natuurlijk te verantwoorden zijn.

Meer informatie?

Het onderwerp e-health leeft enorm. Het biedt vele uitdagende, nieuwe kansen, maar roept ook vragen op over de praktische invulling. Wij praten u graag bij over de vele mogelijkheden, overwegingen en aandachtspunten. Heeft u vragen over dit artikel? Of wilt u meer weten over e-health? Neem contact op met onderstaande consultants.