Overstap naar Zorgclustermodel GGZ

Vanaf 2020 maken de Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s) plaats voor het Zorgclustermodel als het nieuwe bekostigingssysteem binnen de curatieve GGZ (Basis-GGZ en gespecialiseerde GGZ) en de Forensische Zorg. Late inzichtelijkheid in zorggebruik, de hoge administratieve lasten  en de missende link met de zorginhoud, zijn aanleiding voor deze overstap. Reden voor de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om met een doorontwikkeling van de bekostigingsstructuur te starten in samenwerking met zorgaanbieders, verzekeraars en patiënten in de GGZ. Inspiratie is opgedaan van de Engelse bekostigingsstructuur in de GGZ, het clustermodel.

Een doorontwikkeling van de bekostigingsstructuur zal ook op uw organisatie de nodige impact hebben. Q-Consult Zorg heeft met veldpartijen vooruitgeblikt naar deze nieuwe bekostigingsstructuur. We kunnen een aantal concrete aanbevelingen geven om uw organisatie alvast klaar te maken voor een succesvolle implementatie van het Zorgclustermodel.

Zorgbehoefte patiënt staat centraal

De zorgbehoefte van de patiënt staat centraal in het Zorgclustermodel en deze wordt voor een zorgtraject getoetst aan de hand van de HoNOS+, een meetinstrument voor de geestelijke gezondheidstoestand van de patiënt. De HoNOS+ kent verschillende domeinen, zoals gedrag, functionele beperkingen, symptomen en sociale omgeving. De HoNOS+ resulteert in een zorgprofiel van de patiënt waarmee het zorgcluster wordt bepaald. Een visuele weergave van de HoNOS+ en het zorgprofiel vindt u als download (Factsheet) bij dit artikel.

Het Zorgclustermodel

Bij het Zorgclustermodel staat de zorgbehoefte van de patiënt centraal. Deze zorgbehoefte wordt gemeten aan de hand van de HoNOS+. Het resultaat hiervan is het zorgprofiel van de patiënt. Dit zorgprofiel bepaalt weer in welk cluster van het Zorgclustermodel de patiënt wordt ingedeeld. Er zijn drie superclusters te onderscheiden (zie Beslisboom Zorgclustermodel onderaan deze pagina):

  • X: niet-psychotisch
  • Y: psychotisch
  • Z: organisch

In het Zorgclustermodel zijn drie stappen te onderscheiden die tijdens het zorgtraject doorlopen worden:

  1. De eerste stap is de bepaling van de zorgbehoefte en de zorgclusterindeling.
  2. In stap twee wordt het behandeltraject gestart. In de huidige DBC-structuur leidt de combinatie van DSM-diagnose en tijdsklasse tot een declarabel tarief. Hier zit het wezenlijke verschil met de nieuwe bekostigingsstructuur. Niet de DSM-diagnose en tijdsklasse bepalen namelijk het tarief, maar het zorgcluster. Het zorgcluster geeft een indicatie van de zorgperiode en krijgt een specifiek tarief. Het schrijven van behandelminuten door behandelaren is zodoende niet meer nodig. Zorgkosten kunnen periodiek gedeclareerd worden, waardoor administratieve lasten afnemen. Dit vergroot de liquiditeit van zorginstellingen en vermindert het onderhanden werk (OHW). Het is nog onbekend of dit in het eindmodel ook doorgevoerd wordt. Dat zal blijken na het afronden van de tweede pilotfase.
  3. In de derde stap wordt het behandeltraject van de patiënt geëvalueerd. Elk zorgcluster heeft een vaste evaluatietermijn waar opnieuw de zorgvraag wordt getoetst aan de hand van de HoNOS+ en waar uitkomstmetingen worden gedaan met de Routine Outcome Monitoring (ROM). ROM is een methodiek waarbij regelmatig vragenlijsten worden ingezet om de toestand van de patiënt in kaart te brengen. Op basis van dit evaluatiemoment wordt een behandeling voortgezet, bijgestuurd of beëindigd. Voor 55% van de zorgclusters is deze evaluatietermijn zes maanden en voor 20% is dit zelfs één tot drie maanden. Slechts 25% van de zorgclusters kent een evaluatietermijn van een jaar. Het merendeel van de zorgtrajecten wordt dus na minimaal zes maanden geëvalueerd waardoor tijdiger inzicht wordt verkregen in het zorggebruik ten opzichte van de DBC-structuur, waar DBC’s een jaar openstaan voordat deze gesloten en gedeclareerd kunnen worden.

Training in het gebruik van HoNOS+ is essentieel

In het onderzoek vanuit Q-Consult Zorg is het Zorgclustermodel besproken met zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Hieruit blijkt dat een groot deel van de zorgaanbieders nog afwachtend is met het treffen van voorbereidingen omdat de definitieve invulling van het model nog niet volledig duidelijk is. Toch zijn basisprincipes inmiddels helder, zoals een dominante rol voor de HoNOS+ bij het bepalen van de zorgvraag, bij de indeling naar zorgclusters en bij de evaluatiemomenten. Training in het gebruik hiervan is daarom essentieel.

Breng uw patiëntenpopulatie in kaart

Het verdelen van uw huidige patiëntengroepen over zorgclusters biedt houvast bij prognoses en inkoopafspraken voor komende jaren. Het is belangrijk om inzicht te krijgen in welke zorgclusters veel voor kunnen komen of juist niet of nauwelijks voor gaan komen. Daarmee kan extra aandacht geschonken worden aan de veelvoorkomende zorgclusters. Door de patiëntenpopulatie over de zorgclusters te verdelen, wordt het zorggebruik van de afgelopen jaren inzichtelijk en vormt dat een goede indicatie voor het te verwachten zorggebruik in de jaren na de overgang.

Evalueer de waarde van ROM-gegevens voor de eigen organisatie

In de genoemde drie stappen zijn naast de indeling in zorgclusters ook de evaluatiemomenten belangrijk. Elk zorgcluster kent immers een eigen evaluatietermijn waar naast de HoNOS+ ook ROM-metingen gedaan worden om de behandeleffecten te beoordelen. ROM-gegevens worden al gedeeltelijk opgenomen in declaraties binnen de DBC-structuur, maar uit de interviews blijkt dat het hier gaat om voor- en nametingen ten behoeve van verantwoording naar de zorgverzekeraar en minder vanuit de zorginhoud. Er blijkt weinig draagvlak te zijn voor de ROM vanuit zorgaanbieders. We raden aan om de waarde van ROM-gegevens voor de eigen organisatie te evalueren. In de praktijk dragen de behandelaren zorg voor de uiteindelijke doorvoer van de ROM en worden zij hiermee het meest getroffen. Het belang van de ROM voor het individuele behandeltraject, kan dan motiverend werken.

Wees alert op de ontwikkelingen van de nieuwe bekostigingsstructuur van het Zorgclustermodel

Zorgaanbieders kunnen zich grotendeels voorbereiden door zich te verdiepen in het Zorgclustermodel. Verdieping in de zorgclusters maakt het model inzichtelijk en vergemakkelijkt het gebruik. Het Zorgclustermodel is nog in de ontwikkelfase en kent daarmee nog geen definitieve versie. Daarom is het belangrijk voor zorgaanbieders op de hoogte te blijven van wijzigingen en ontwikkelingen van de NZa. We adviseren constante aandacht en een proactieve houding, bijvoorbeeld door het aanstellen van een  projectteam. Bij voorkeur een multidisciplinair en zelfsturend team dat verantwoordelijkheid draagt voor de educatie en het ‘up-to-date’ houden van de organisatie, bijvoorbeeld door het aanbieden van HoNOS+ trainingen.

Maak dat ICT-systemen gebruiksklaar zijn voor de declaraties

In de interviews werd ook veelvuldig het belang van de ICT-systemen binnen een bekostigingsstructuur benoemd. Voor een succesvolle implementatie van het Zorgclustermodel is het noodzakelijk dat de ICT-systemen gebruiksklaar zijn voor de declaraties. Het is voor zorgaanbieders verstandig zich hierover te laten informeren door hun ICT-leverancier. Voor zorgaanbieders die geen gebruik maken van de diensten van een ICT-leverancier en hun systeem zelf inrichten, is het raadzaam na te gaan op welke manier dit het meest geschikt is en hoe de link gelegd kan worden met het EPD.

De hoofdzaken van het onderzoeksverslag zijn ook weergegeven in een factsheet, deze vindt u als download bij dit artikel. Indien u deze en/of de uitgebreide publicatie wilt ontvangen, kunt u contact opnemen met onderstaande consultant.

Beslisboom Zorgclustermodel