RZ18B: een overzicht van de belangrijkste wijzigingen

Op 8 augustus heeft de NZa de RZ18B gepubliceerd, met daarin de voorgenomen wijzigingen voor de medisch specialistische zorg in 2018. Dit besluitvormingsdocument bevat een tweetal grote wijzigingen met betrekking tot palliatieve zorg en E-health. In dit artikel geven we u een overzicht van deze en andere belangrijke wijzigingen:

1. Bekostiging van consulten op afstand

In de huidige situatie leidt de registratie van een consult op afstand niet tot een declarabel zorgproduct. Deze situatie geeft een mogelijke financiële prikkel voor het leveren van een face-to-face consult op de polikliniek, terwijl een consult op afstand ook zou kunnen. Om deze onbedoelde gevolgen tegen te gaan, wordt het mogelijk om schriftelijke consultaties en belconsulten te registreren. Fysiek face-to-face contact aan het begin van een zorgtraject met een beroepsbeoefenaar die de poortwachtersfunctie uitoefent, is hiervoor wel een randvoorwaarde. Dit hoeft echter niet het eerste contact te zijn. Een eerste contact mag ook screen-to-screen plaatsvinden.

Grote impact: er wordt een grote impact verwacht van deze wijziging op de DBC-systematiek. De NZa schat dat de omvang van ongeveer 30% van alle zorgproducten zal wijzigen. Consulten op afstand die nu niet leiden tot een declarabel zorgproduct of niet geregistreerd worden, gaan dat in de nieuwe situatie wel doen.

Maak goede afspraken en wees transparant: om risico’s op verdringing van zorg en stijging van zorgkosten te voorkomen, is het voor u als zorgaanbieder van belang om hierover goede afspraken met zorgverzekeraars te maken. Daarnaast is het voor u als zorgaanbieder belangrijk om een begin te maken met het zetten van stappen richting transparantie van prijzen, om te voorkomen dat patiënten achteraf verrast worden door een hoge nota. Informatievoorziening richting patiënten is hiervoor essentieel.

2. Beperkingen Zorgprestaties palliatieve zorg

Op dit moment bestaan er beperkingen binnen de DBC-systematiek om palliatieve zorg te declareren. Deze beperking komt voort uit verschillende onderdelen van de huidige regelgeving en productstructuur:

  • Wanneer een patiënt is opgenomen en binnen een ander zorgtraject wordt behandeld voor een palliatieve zorgvraag dan wordt voor deze palliatieve zorg vaak een parallel traject geopend. Voor een juiste afleiding moet een consult in de vorm van medebehandeling of intercollegiaal consult geregistreerd worden. Deze twee consulten mogen echter alleen worden vastgelegd als er sprake is van een ander specialisme dan het specialisme waarvoor patiënt initieel is opgenomen.
  • De huidige regelgeving vindt onvoldoende aansluiting op de kwaliteitsnormen zoals gesteld door de Stichting Oncologische Samenwerking (SONCOS).
  • In de huidige situatie mogen specialisten ouderengeneeskunde en verpleegkundig specialisten geen consulten in een klinische setting (medebehandeling en ICC) registreren. Daarbij zijn  specialisten ouderengeneeskunde op dit moment niet benoemd in de regelgeving als beroepsbeoefenaren die een poliklinisch consult mogen registreren.

Oplossing: als oplossing voor deze problemen wordt een nieuwe zorgactiviteit aangemaakt: ‘Consult door een lid van het team palliatieve zorg’ (190067). Dit type consult mag in een poliklinische en in een klinische setting geregistreerd worden door alle leden van het team palliatieve zorg die een poortfunctie uitoefenen. Daarnaast wordt de omschrijving van het ‘Overleg palliatieve zorg’ (190006) aangepast om deze beter aan de laten sluiten op de kwaliteitsnormen zoals opgesteld door SONCOS.

Wijziging declaratievoorwaarden complexe wondzorg
In de huidige situatie mag complexe wondzorg per patiënt slechts één keer per 12 maanden gedeclareerd worden. Deze declaratievoorwaarde brengt voor zorgaanbieders grote administratieve lasten met zich mee en doet daarnaast een groot beroep op de liquiditeit van zorgaanbieders. Op verzoek van zorgverzekeraars komt deze declaratievoorwaarde te vervallen.

Wijzigingen revalidatiegeneeskunde
Naar aanleiding van signalen uit het werkveld over niet-wenselijke registraties en declaraties in de revalidatiezorg die in de huidige regelgeving niet expliciet verboden zijn, wordt de regelgeving met betrekking het onderscheid tussen directe en indirecte tijd en de wijze van registratie van een groepsbehandeling verduidelijkt. Binnen de revalidatiegeneeskunde is registratie van de zorgvraagcode op dit moment verplicht. Deze code blijkt echter niet op een betrouwbare wijze inzicht te geven in de zorgvraag van de patiënt. Naar aanleiding daarvan is door partijen besloten dat de zorgvraag binnen de revalidatieverpleegkunde niet meer geregistreerd hoeft te worden. Op dit moment wordt zorgvraagcode 999 geregistreerd met de omschrijving ‘Participatieambitie score 9 / externe factoren score 9 / persoonlijke factoren score 9’. Deze manier van registreren blijft in stand tot de invoering van de nieuwe productstructuur in 2020.

Nieuwe overige zorgproducten voor GGZ-aanbieders
Per 1 januari 2017 is het voor GGZ-aanbieders met terugwerkende kracht mogelijk geworden om twee nieuwe overige zorgproducten te declareren:

  • 079986 ‘Periodiek huisbezoek t.b.v. klinisch-chemische en/of microbiologische laboratoriumonderzoeken waarbij de personalia van de patiënt min. 2 werkdagen voor huisbezoek bij de zorgaanbieder bekend zijn’.
  • 079987 ‘Incidenteel huisbezoek t.b.v. klinisch-chemische en/of microbiologische laboratoriumonderzoeken waarbij de personalia vd patiënt minder dan 2 werkdagen voor huisbezoek bij zorgaanbieder bekend zijn’.

Wijzigingen aanspraakcodes
In de RZ18B staat een drietal wijzigingen beschreven met betrekking tot de aanspraakcodes van zorgactiviteiten:

  • De aanspraakcode van zorgactiviteit 050530 ‘Complexe moleculaire diagnostiek - genexpressietest op basis van 70 genen, mammaprint’, wijzigt van rood (uitgesloten zorg) naar oranje (onder voorwaarden verzekerde zorg).
  • De aanspraakcode van zorgactiviteit 050531 ‘Complexe moleculaire diagnostiek - genexpressietest op basis van 21 genen, oncotype DX’, wijzigt van rood (uitgesloten zorg) naar oranje (onder voorwaarden verzekerden zorg).
  • De aanspraakcode voor zorgactiviteiten met betrekking tot Baroreflex activatie therapie (030528, 030529, 190670, 190671 en 190672) wijzigt naar een rode aanspraakcode (1602 – Zorgactiviteiten niet conform de stand van de wetenschap en praktijk).

Registratie zorgactiviteit ‘Ventiel-stemprothese’
Wanneer de ventiel-stemprothese samen met bijbehorende zorgactiviteiten voor het inbrengen/vervangen ervan geregistreerd wordt, leidt dat tot (standaard)uitval bij een aantal zorgproductgroepen. De materiaalcode in deze zorgproductgroepen wordt niet langer als standaard uitval geclassificeerd. Dit maakt registratie van de materiaalcode bij de bijbehorende ingrepen voor inbrengen/vervangen van de ventiel-stemprothese mogelijk.

Nieuwe zorgproducten trombosezorg
Voor trombosezorg zijn per 2017 twee nieuwe overige zorgproducten geïntroduceerd die ook door aanbieders van trombosezorg gebruikt kunnen worden:

  • 079986 ‘Periodiek huisbezoek’
  • 079987 ‘Incidenteel huisbezoek’

Conclusie

De wijzigingen voor de medisch specialistische zorg bevat een tweetal grote wijzigingen op het gebied van de bekostiging van consulten op afstand en palliatieve zorg. Daarnaast is een aantal kleinere wijzigingen doorgevoerd. De nieuwe producten en wijzigingen hebben mogelijk impact op uw zorgorganisatie. Het is van belang om deze wijzigingen niet alleen met de zorgadministratie door te nemen, maar ook met de verkoopafdeling. Daarnaast organiseren we op 5 oktober een intervisiebijeenkomst en gaan we verder in op de mogelijkheden en het vormgeven van E-health binnen uw zorgorganisatie. Heeft u vragen over dit onderwerp of wilt u ondersteuning bij het doorvoeren van deze wijzigingen, neem dan contact op met onderstaande consultant.