Hoe gaan zorgaanbieders om met verantwoording in de Wmo?

Op 1 januari verviel de AWBZ en is de Wmo geïntroduceerd. Dit als gevolg van de hervormingen binnen de langdurige zorg. Veel zorgaanbieders die Wmo-zorg leveren, zijn actief binnen meerdere gemeenten. Deze zorgaanbieders stonden ten tijde van de AWBZ enkel onder contract bij één of meerdere zorgkantoren. Nu de Wmo 2015 is geïntroduceerd, worden aanbieders geconfronteerd met meerdere contracten, waarin de verantwoording per contract sterk kan verschillen. In opdracht van Q-Consult onderzocht Henrike Berghuis hoe zorgaanbieders omgaan met de verantwoording die voortvloeit uit de Wmo.

In het onderzoek stond de volgende vraag centraal: wat zijn dominante strategieën onder zorgaanbieders om de kosten die die komen kijken bij het opleveren van de verantwoordingsinformatie te minimaliseren? In deze samenvatting van de masterthesis lichten we allereerst kort het theoretisch kader toe dat is gehanteerd tijdens het onderzoek. Vervolgens zetten we de resultaten en aanbevelingen uiteen.

Theoretisch kader

Om het onderzoek te structuren, gebruikten wij de transactiekostentheorie. Transactiekosten zijn alle kosten die gemaakt worden om een contract tussen partijen (meer) compleet te maken en de risico’s van eigenbelang en beperkte rationaliteit te verminderen.
Een kernpunt van de theorie is dat elke organisatie erbij is gebaat om de transactiekosten zo laag mogelijk te houden en dat elke organisatie hiernaar streeft. Wanneer we het hebben over de Wmo, betekent dit dat niet alleen zorgaanbieders, maar ook gemeenten streven naar zo laag mogelijke transactiekosten. De hoogte van de transactiekosten is afhankelijk van drie factoren: hoe specifiek een contract is, de mate van onzekerheid en de frequentie waarin een contract afgesloten wordt.
Het onderzoek richtte zich specifiek tot instellingen binnen de ouderen- en gehandicaptenzorg, die met drie of meer contractpartijen een Wmo-contract hebben afgesloten. Aan het onderzoek werkten vijftien medewerkers van verschillende zorginstellingen, twee brancheorganisaties en twee gemeenten mee. Bij zorgaanbieders spraken wij met de medewerker die de rol van borger, verkoper of een combinatie van beide rollen vervult. Met ‘verkoper’ bedoelen we de medewerker die om tafel zit met de gemeenten om het contract af te stemmen. Met ‘borger’ bedoelen we de medewerker die de afgesproken verantwoordingseisen ‘borgt’ in de instelling en ervoor zorgt dat de afgesproken verantwoording op het afgesproken moment wordt opgeleverd bij de contractpartij.

Mogelijke strategie├źn om transactiekosten te verlagen

In het onderzoek maakten we onderscheid tussen strategieën vóór en ná contractondertekening. Deze mogelijke strategieën visualiseren we in onderstaand Figuur 1. De kleur blauw geeft aan dat de strategie is gebaseerd op het theoretisch onderzoek, de kleur rood geeft aan dat de strategie een resultaat is uit de gevoerde gesprekken en dus een gehanteerde strategie is.

Figuur 1. Strategieën die zorgaanbieders kunnen hanteren om transactiekosten te verlagen

Dominante strategie├źn om transactiekosten te verlagen

Uit het onderzoek blijkt dat aanbieders nog zoekende zijn in de ‘nieuwe wereld’ van de Wmo als het gaat om strategieën die transactiekosten verlagen. Bij de meeste organisaties moet de bewuste strategievorming zich nog uitkristalliseren. Veel zorgaanbieders lijken ook (nog) niet op de hoogte te zijn van de mogelijke strategieën die zij kunnen hanteren om de transactiekosten te verlagen. Dit blijkt ook uit figuur 1: er zijn aanbieders die bewust of onbewust nog geen strategie lijken te hebben.

Uit de interviews bleek dat de theoretische strategieën niet één op één voor iedere aanbieder even toegankelijk lijken te zijn: welke strategie een aanbieder kiest, is sterk afhankelijk van de factoren die de instelling en de gemeente waarmee de instelling contracten afsluit typeren. Voorbeelden van deze factoren zijn: de relatieve grootte van een aanbieder in een gemeente, de relatieve financiële afhankelijkheid van de aanbieder van Wmo-inkomsten (bijvoorbeeld ten opzichte van Wlz-inkomsten) en de mate waarin een gemeente bereid is om samen te werken met aanbieders.

Alle factoren in acht nemende, blijkt dat organisaties de volgende strategieën het meest hanteren:

Dominante strategieën voor contractondertekening:

  • Samenwerken met de gemeente: de samenwerking opzoeken voor contractondertekening en op deze wijze vroegtijdig inzetten op deze relatie.
  • Aantal contracten standaardiseren: met minder contractpartijen een contract aangaan om de administratieve lasten te verlagen.

Dominante strategieën na contractondertekening:

  • Wanneer na contractondertekening de transactiekosten (te) hoog blijken, gebruiken aanbieders met name de strategie kruisfinanciering. De hoge administratieve lasten uit de Wmo worden dan gecompenseerd met geld uit andere ‘potjes’.
  • Om duidelijk te maken dat de tarieven niet toereikend zijn, of om begrip bij de gemeente te creëren, kiezen sommige aanbieders ervoor om gemeenten uit te nodigen na ondertekening.

Aanbieders zetten de andere strategieën (zoals genoemd in figuur 1), bewust of onbewust, niet in. Bijvoorbeeld: het nemen van juridische stappen tegen de gemeente gebeurt niet vanwege het effect dat dit kan hebben op de relatie met de gemeente. Ook blijkt dat aanbieders weinig mogelijkheden ervaren om te onderhandelen met de contractpartijen, waardoor ook deze strategie nauwelijks wordt ingezet.

Aanbevelingen voor aanbieders en gemeenten

Het onderzoek leidde tot de volgende aanbevelingen voor zorgaanbieders en gemeenten:

Aanbevelingen voor aanbieders:

  • Professionaliseer de afdeling verkoop.
  • Relatiemanagement: zet in op een goede, op vertrouwen gebaseerde relatie.
  • Zichtbaar blijven bij de gemeente door bijvoorbeeld aanwezig te zijn bij rondetafelgesprekken. Dit draagt bij aan de relatie en wederzijds begrip.
  • Haak aan bij de uniforme database Verantwoordingsinformatie Aanbieders (ViA).

Aanbevelingen voor gemeenten:

  • Uniforme verantwoording: haak aan op de uniforme verantwoordingseisen van het Zorginstituut Nederland.
  • Sluit meerjarige contracten met zorgaanbieders af.
  • Nodig aanbieders uit: dit leidt tot meer kennis van de zorg en begrip voor de aanbieders.
  • Introduceer een governancecode: eisen stellen aan het bestuur van spelers op een Wmo-markt.

Meer weten?

Dit is een samenvatting van de masterthesis: ‘Verantwoording in de Wet maatschappelijke ondersteuning: Een kwalitatief onderzoek naar strategieën van zorgaanbieders om transactiekosten te verlagen binnen de kaders van de quasi-markt.’ Wilt u de volledige thesis opvragen? Neem dan contact op met henrike.berghuis@qconsult.nl.