Wat betekent de verruiming van e-health in 2019?

De NZa heeft onlangs aangekondigd de mogelijkheden voor e-health in 2019 te verruimen. Na de eerste voorzichtige stappen van e-health in de MSZ bekostigingsstructuur van 2018 middels het vergoeden van tele- en schriftelijke consulten, volgt voor 2019 telemonitoring. Wat betekent deze verruiming eigenlijk en wat kunnen zorginstellingen hiermee?

De juiste zorg op de juiste plek’ is het speerpunt van het onderhandelaarsakkoord voor 2019-2022. Om dit te realiseren wordt er vanaf 2019 o.a. ingezet op innovatie en e-health toepassingen. Het probleem is dat veel innovaties stranden omdat ze niet (goed) passen in de bekostigingsstructuur. Dit maakt het onaantrekkelijk voor zorginstellingen om e-health zorg te bieden.

Telemonitoring
In de huidige bekostiging leidt telemonitoring niet af tot een declarabel zorgproduct. Vanaf 2019 wijzigt de definitie en leidt telemonitoring (039133) wel af naar een declarabel zorgproduct. Afspraken voor vastlegging en declaratie van een telemonitoringactiviteit moet de zorginstelling met de zorgverzekeraar maken. Een groot risico zit hier in de tijd. Als het ziekenhuis tijdens de onderhandelingen met de zorgverzekeraar de inzet van telemonitoring (nog) niet concreet kan maken, moet deze mogelijk een (lange) periode wachten op de bekostiging en de inzet hiervan. Ziekenhuizen en zorgverzekeraars zouden er goed aan doen om hier het komende jaar (of meer jaren) ruimte voor te reserveren.

Naast telemonitoring (039133) wordt in 2019 mogelijk ook de zorgactiviteit telemonitoring intra arteriële pulmonalisdruk i.h.k.v. CardioMems studie (032716) geïntroduceerd. Deze behandeling komt in aanmerking voor voorlopige toelating, de updates hierover zijn te vinden op de website van Zorginstituut Nederland.

Gebruik van max-max tarief
De NZa geeft aan dat voor verschillende e-health toepassingen en daaraan gerelateerde zorgproducten afspraken gemaakt kunnen worden met zorgverzekeraars. Voor het a-segment kan aanspraak gemaakt worden op het max-max tarief. Dit geldt voor zorgactiviteiten zoals het beoordelen van diagnostiek op verzoek van de huisarts. De daadwerkelijke mogelijkheden hiervoor moeten in de praktijk nog blijken, maar lijken wel kansen te bieden om anderhalvelijnszorg aantrekkelijk te maken.

Het is landelijk geopperd om tele- en schriftelijke consulten af te leiden naar aparte (nieuwe) zorgproducten. In de huidige wet- en regelgeving zien we dit nog niet terug, de verwachting is dan ook dat dit niet voor 2019 toegepast zal worden. E-health krijgt steeds meer een plaats in de bekostigingsstructuur, maar voor nu zullen ziekenhuizen die wensen (meer) e-health toe te passen nog altijd zelf het initiatief moeten nemen om dit goed bekostigd te krijgen. Dit heeft ook consequenties voor leveranciers van medical devices die middels e-health werken. Zij zouden voordeel hebben door kennis te vergroten over hoe hun product zich verhoudt in de bekostigingsstructuur, daar de beslissers vanuit de zorginstelling dit ook niet goed weten. 

De weg naar e-health
In 2017 werd op verzoek van de branchepartijen e-health opgenomen in de bekostigingsstructuur (wat deze verandering inhield leest u hier). Nu, ruim in 2018, zien we grote verschillen tussen zorginstellingen in het vastleggen van e-health zorgactiviteiten. Dit komt deels doordat de voorwaarden om een tele- of schriftelijk consult te registreren veel ruimte laten voor interpretatie. Daarnaast verschilt de definitie, en vooral de toepassing van het vroegere niet declarabele teleconsult (2017), enorm met het huidige (2018). Zorginstellingen zijn daarom vertwijfeld over wat te doen met deze wijziging.

Uit gesprekken met ziekenhuizen blijkt dat ze de impact van e-health registratie niet konden overzien. Mede omdat zij geen zicht hadden op hoeveel tele- (laat staan schriftelijke-) consulten te verwachten. Hierdoor waren veel instellingen bang voor onverwachte verschuivingen in zorgproducten die niet conform afspraak zouden zijn met hun verzekeraar. Tel daarbij op dat deze verschuivingen budgetneutraal zijn, meegenomen worden in het zelfonderzoek en dit maakt het complex voor veel zorginstellingen om te registreren.

We zien nu dat veel ziekenhuizen schaduwdraaien in 2018, vaak hebben zij gekozen om een strakke definitie van e-health (bijvoorbeeld uitsluitend de teleconsulten) te formuleren en communiceren. Hiermee hopen zij inzicht te krijgen in de mogelijke impact op de productie. Toch zijn er ook ziekenhuizen die wel in 2018 gestart zijn met e-health registratie. Zij geven aan al lang gewacht te hebben op deze mogelijkheid en willen er dan ook direct gebruik van maken of zij zijn niet echt bang voor productieoverschrijdingen. Enkele instellingen zijn door zorgverzekeraars al gewaarschuwd dat zij extra gecontroleerd zullen worden op de registratie van e-health.

Het e-health vervolg?
Registratie en bekostiging van e-health blijft in ontwikkeling, er zijn diverse coalities en werkgroepen die streven naar een verbeterde inrichting van e-health toepassingen in het zorglandschap. Met het streven naar ‘zorg op de juiste plek’ worden e-health toepassingen onmisbaar. De bekostigingsstructuur zal hier nog meer volgend in moeten worden anders werkt deze belemmerend voor mogelijke innovaties en toepassingen.