Het Zelfonderzoek GGZ 2014: wat moet u weten?

In navolging op het signaal van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) in april 2014 over onzekerheden rondom de omzetbepaling van GGZ-aanbieders, is er de mogelijkheid geweest voor GGZ-aanbieders om deel te nemen aan het zelfonderzoek over het schadelastjaar 2013. Daaropvolgend staat nu het zelfonderzoek over schadelastjaar 2014 voor de deur.

Ook in schadelastjaar 2014 spelen onzekerheden rondom de omzetverklaring en problemen met het verkrijgen van een goedgekeurde accountantsverklaring weer een rol. Zorgverzekeraars zijn op zoek naar meer zekerheid, wat mogelijk de toename van deelnemende instellingen aan het zelfonderzoek 2014 verklaart. Het deelnemen aan het zelfonderzoek lijkt steeds vaker (semi)vrijwillig, een trend die ook in de ziekenhuiszorg plaatsvond.

Zelfonderzoek 2014

GGZ-aanbieders die deelnemen aan het zelfonderzoek zijn vrijgesteld van andere (individuele) formele en materiële controles over 2014. Het aantal controlepunten per thema is uitgebreid ten opzichte van 2013. Dit leidt over het algemeen tot een toename van het aantal deelwaarnemingen dat instellingen uit moeten voeren. Het tijdspad van de uitvoer van het zelfonderzoek en het doorvoeren van microcorrecties is iets verruimd. Het controleplan gaat uit van de periode van juli tot en met november 2016 voor de uitvoer van het zelfonderzoek. Omdat de startdatum voor veel instellingen niet haalbaar was, verhoogt de werklast voor instellingen met name in het laatste kwartaal van 2016.

Bepaling financiƫle impact

Het controleplan voor het zelfonderzoek 2014 geeft aan dat GGZ-aanbieders de netto financiële impact van de uitkomsten van het zelfonderzoek rapporteren. Wellicht is dit een extra uitdaging door de recente uitspraak van College van Beroep (CBb) waarin zorgverzekeraars in het gelijk zijn gesteld dat de NZa tarieven van 2014 en 2015 niet juist berekende.

De gevolgen van deze, in juli 2016, gestelde uitspraak zijn nog niet bekend. Mogelijk heeft dit consequenties voor de aan te leveren financiële impact voor het zelfonderzoek. De NZa onderzoekt momenteel de totstandkoming van de tarieven.

Tips voor het zelfonderzoek 2014

  • Start zo snel mogelijk! Dit in verband met het verkrijgen van het feitelijke bevindingenrapport van de accountant en de grote hoeveelheid controlepunten en deelwaarnemingen. Sommige controlepunten vereisen dossier-onderzoek, dit kost veel tijd.
  • Zorg voor een valide bevroren dataset. Wanneer dit achteraf bijgesteld moet worden, geeft dit extra en dubbel werk. Let er hierbij op dat u goed vastlegt op welke database en databestanden u de controle heeft gebaseerd.
  • Zorg ervoor dat alle stappen herleid kunnen worden. Dit doet u door goed te documenteren hoe de steekproeven tot stand kwamen en welke stappen daaruit volgden.

  • Maak een plan van aanpak en breng daarbij de risicogebieden in kaart. Let daarbij ook op de verschillen ten opzichte van het zelfonderzoek van 2013, sommige query’s zullen aanpassingen vereisen.

  • Houd rekening met de landelijke ontwikkelingen, soms worden eisen aan controlepunten bijgesteld naar aanleiding van vragen uit de praktijk.

  • Stel een plan op voor structurele verbeteracties in de bronregistratie. Dit kan door middel van het verbeteren van kennis over registratie aan de bron en door ondersteunende tooling. Neem ook kennis van de ervaring van andere instellingen. Structurele verbeteringen in de bronregistratie zijn bovendien een eerste stap richting het realiseren van horizontaal toezicht in de GGZ.

Praktische ondersteuning

De kaders van het zelfonderzoek 2014 zijn in kaart gebracht. Er komt de komende periode veel op uw GGZ-organisatie af. Q-Consult en Q-talent kunnen u passende ondersteuning bieden. Zo kunnen wij u onder andere ondersteunen met ervaren projectleiding en kunnen talenten u ondersteunen met het uitvoeren van deelwaarnemingen en het doorvoeren van correcties. Wilt u meer weten over de mogelijkheden? Klik dan hier voor meer informatie of neem geheel vrijblijvend contact met ons op.