Dure geneesmiddelen in cijfers

Dure geneesmiddelen in cijfers

Onlangs publiceerde de NZa de ‘Monitor geneesmiddelen in de medisch-specialistische zorg 2020’. Deze monitor bevat een analyse van de uitgaven aan geneesmiddelen in de medisch-specialistische zorg (2012-2018) en een analyse van de contractering, inkoop en toegankelijkheid van geneesmiddelen. De belangrijkste informatie uit de monitor hebben wij voor je samengevat.

De uitgaven van dure geneesmiddelen blijven jaarlijks toenemen, maar de groeiruimte niet. Dit heeft gevolgen voor de betaalbaarheid en toegankelijkheid van zowel dure geneesmiddelen als overige medisch-specialistische zorg. Tussen 2012 en 2018 steeg het aandeel van dure geneesmiddelen vergeleken met de totale uitgaven in de medisch-specialistische zorg van 6,8% naar 9,5%. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit aandeel alleen maar toenemen. 

Trend zet door in de toekomst

Deze doorzettende stijging van uitgaven komt vooral door de introductie van nieuwe medicijnen. De uitgaven van ‘overige geneesmiddelen’ blijft stabiel. De drie geneesmiddelengroepen met de hoogste uitgaven zijn de oncolytica, de anti-reumatica en de stollingsfactoren. Bij elkaar nemen deze geneesmiddelen 78,6% van de totale uitgaven aan dure geneesmiddelen voor hun rekening. De Horizonscan Geneesmiddelen van het Zorginstituut geeft aan dat oncolytica/hematologie de grootste groep vormt van nieuw geïntroduceerde geneesmiddelen. De verwachting is dan ook dat de uitgaven van deze dure geneesmiddelen alleen maar verder zullen toenemen (zie figuur 1). 

De prijsanalyse in de Monitor laat zien dat ziekenhuizen steeds beter in staat zijn om lagere netto inkoopprijzen te onderhandelen met farmaceuten. In toenemende mate komt dit via lagere contractprijzen bij verzekeraars terecht. Het onderhandelresultaat van instellingen en verzekeraars wordt vooral bepaald door de mate van concurrentie tussen de farmaceutische aanbieders. Als er maar één of enkele aanbieders zijn van een geneesmiddel, dan blijkt het lastig voor ziekenhuizen om kortingen te bedingen bij de inkoop van de geneesmiddelen. De ontwikkeling van de lagere netto inkoopprijzen vindt dan ook vooral plaats bij geneesmiddelen met meer dan één aanbieder, dus waar generieken of biosimilars voor beschikbaar zijn. De inkoopmarkt van deze laatste categorie lijkt goed te werken.

Rol van biosimilars

De komst van biosimilars biedt zorgaanbieders de kans tussen meerdere leveranciers van dezelfde stof te kiezen. Deze vorm van concurrentie leidt tot een verlaging van de totale uitgaven. De huidige resultaten geven dan ook aan dat de meeste biosimilars lagere uitgaven per patiënt laten zien. Verder zijn de marktaandelen in vergelijking tot daarvoor toegenomen. Er valt echter nog wel winst te behalen bij stofnamen waar de biosimilars een relatief laag marktaandeel hebben, maar wel lagere uitgaven per patiënt hebben. Om de totale uitgaven verder te verlagen, kunnen zorgverzekeraars en ziekenhuizen hier nog meer op inzetten. 

Ondanks de positieve effecten van de onderhandelingen bij biosimilars is de verwachting dat de uitgavenstijging van dure geneesmiddelen de komende jaren verder toeneemt. Er vervallen namelijk weinig tot geen patenten en er komen steeds meer nieuwe behandelingen beschikbaar met hoge prijzen en geen alternatief. Dit zet de betaalbaarheid en toegankelijkheid van dure geneesmiddelen onder druk.

Meer weten?

Lees hier de samenvatting Contractering van dure geneesmiddelen.
Lees hier de hele Monitor geneesmiddelen in de medisch-specialistische zorg 2020 van de NZa.