Hoofdlijnen DBC-pakket medisch specialistische zorg 2020

Hoofdlijnen DBC-pakket medisch specialistische zorg 2020

Op 22 november 2018 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op hoofdlijnen bekend gemaakt welke wijzigingen vanaf 2020 worden doorgevoerd in de medisch specialistische zorg. Voor het komende jaar wordt ingezet op beperking van het aantal wijzigingen, om zo te zorgen voor een stabiel DBC-systeem. Dit moet het voor zorgaanbieders mogelijk maken om in te zetten op innovatief contracteren, gericht op het toevoegen van waarde voor de patiënt. Daarnaast zoekt de NZa naar mogelijkheden om e-health en zorg op de juiste plek te stimuleren. Welke veranderingen zijn het komende jaar van belang voor u als zorgaanbieder? Wij hebben de drie belangrijkste wijzigingen voor u op een rij gezet.

Zorgprestaties genderzorg
De registratie van genderzorg bestaat in de huidige situatie uit 3 fasen: screening, diagnostiek en real-life. Alle fasen hebben een eigen DBC-zorgproduct. In de laatste fase, real-life, bevinden zich twee patiëntengroepen: controlepatiënten en patiënten die intensief begeleid worden. Omdat er tussen deze twee laatste patiëntgroepen grote verschillen bestaan, leidt dit ook tot verschil in kosten tussen deze twee groepen. Het is daarom lastig om een passend tarief voor het zorgproduct in deze laatste fase af te spreken. Daarnaast lopen controlepatiënten in deze fase het risico op onevenredig hoge rekeningen voor de geleverde zorg.

Om dit probleem op te lossen zal in 2020 de laatste fase opgesplitst worden in de real-life fase (waarin patiënten intensief begeleid worden) en de vervolgfase (voor patiënten die alleen nog voor controle op de polikliniek komen).

Deze twee fasen krijgen ieder een eigen zorgproduct:

  • Incongruentie genderidentiteit (real-life fase) Psychische stoornis (059899070)
  • Incongruentie genderidentiteit (vervolgfase) Psychische stoornis (059899071)

Voor afleiding naar het zorgproduct gekoppeld aan de real-life fase, wordt een nieuwe typerende zorgactiviteit geïntroduceerd: Real-life fase bij incongruentie van genderidentiteit (036874).

Hiermee hebben de eerste drie fasen van genderzorg, in de voorgenomen wijzigingen van de NZa, ieder een typerende zorgactiviteit. Als in een subtraject geen van deze zorgactiviteiten geregistreerd is, wordt afgeleid naar het zorgproduct van de vervolgfase. Zorgactiviteit 036874 mag gedurende de real-life fase eenmaal per subtraject geregistreerd worden. Registratie van deze zorgactiviteit zorgt voor afsluiting van het subtraject van de diagnostiekfase. Dit is een gewijzigde afsluitregel (1.0000.10), die de huidige afsluitregel (op basis van registratie MDO) vervangt voor trajecten die gestart zijn in 2020.

Extra diagnosen complex chronisch longfalen
Een andere voorgenomen wijziging is het toevoegen van nieuwe diagnosen aan de zorgproductgroep complex chronisch longfalen. Op dit moment leidt een aantal diagnosen bij de behandeling van patiënten met complex chronisch longfalen, tot uitval. Om ervoor te zorgen dat deze geleverde zorg wel gedeclareerd kan worden, zijn extra diagnosen toegevoegd aan de zorgproductgroep complex chronisch longfalen. Deze wijziging maakt het vanaf 2020 mogelijk voor subtrajecten met onderstaande diagnosen om af te leiden naar de DBC-zorgproducten binnen de zorgproductgroep complex chronisch longfalen:

Litteken (1301)
Metastasen van proces elders (1308)
Goedaardige tumoren (1302)
Pneumonie (1401)
Tumoren NSCLC (1303)
Systeemaandoening van het bindweefsel (1602)
Tumoren SCLC (1304)
Sarcoïdose (1603)
Mesothelioom (1305)
Pleurale aandoeningen (1701)
Mediastinale tumoren (1306)
Pneumothorax (1702)
Overige tumoren (1307)
Primaire pulmonale hypertensie (1803)

Stamceltransplantatiezorg
Binnen de stamceltransplantatiezorg worden verschillende knelpunten ervaren. Dit heeft ertoe geleid dat de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), bij de NZa een verzoek heeft ingediend om deze knelpunten op te lossen. Voor 2020 zijn daarom binnen de stamceltransplantatiezorg de volgende wijzigingen voorgenomen:

  • Vanaf 2020 wordt het mogelijk om medicinale oncologische behandeling in het kader van stamceltransplantaties in hetzelfde subtraject te registreren als de stamceltransplantatie zelf.
  • Er wordt onderscheid gemaakt tussen volwassenen en kinderen bij de DBC-zorgproducten voor de transplantatiefase. Subtrajecten met zorgvraag ‘kind’ leiden af naar zorgproducten voor kinderen en subtrajecten zonder zorgvraag ‘volwassenen’ leiden af naar zorgproducten voor volwassenen.
  • Er worden vier nieuwe zorgactiviteiten geïntroduceerd om registratie mogelijk te maken wanneer patiënten langer in de transplantatiefase liggen opgenomen dan de looptijd van het eerste subtraject. Omdat deze zorgactiviteiten zijn toegevoegd aan de afleiding naar zorgproducten voor de transplantatiefase is het mogelijk om in deze situaties nogmaals een DBC-zorgproduct voor stamceltransplantatie (transplantatiefase) te declareren.

Wat kunt u als zorgaanbieder nu al doen?
Op 20 december volgt de conceptuitlevering van de productstructuur voor 2020 (RZ20a). Het is daarom niet meer mogelijk om nog nieuwe wijzigingsverzoeken in te dienen. In mei 2019 volgt de definitieve uitlevering van het DBC-pakket voor 2020. Deze nieuwe producten hebben mogelijk invloed op uw zorgorganisatie.

Gelet op de ruimte die geboden wordt om in te gaan zetten op innovatief contracteren, is dit een mooi moment om hier met verschillende partijen binnen uw zorginstelling over in gesprek te gaan (specialisten, verkoopafdeling, zorgadministratie). Waar liggen kansen voor uw zorginstelling? Daarnaast is het van belang om bovenstaande wijzigingen door te nemen met de zorgadministratie en de verkoopafdeling. Samen kan gekeken worden wat de mogelijke invloed van deze wijzigingen is en hoe u zich hier als zorginstelling nu al op kunt voorbereiden.

Heeft u vragen over dit onderwerp of wilt u ondersteuning bij het doorvoeren van deze wijzigingen, neem dan contact op met Lianne Valks.