Zorginhoud in de geriatrische revalidatiezorg

Wat gaat goed en wat kan beter?

Zorginhoud in de geriatrische revalidatiezorg

‘Deel beschrijvingen van goede zorg onder elkaar en werk samen aan de doorontwikkeling.’ Dat is één van de aanbevelingen in het onderzoek naar zorginhoud in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ), uitgevoerd door Q-Consult Zorg in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Zes jaar na de overheveling van de GRZ van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Zorgverzekeringswet (Zvw) is het tijd om de stand van zaken van de ontwikkelde zorginhoud binnen de GRZ in kaart te brengen. Hoe staat het nu met ontwikkelde zorginhoud voor de GRZ? Dit ‘peilmoment’ is relevant voor de doorontwikkeling van de zorg voor kwetsbare ouderen.

Achtergrond van onderzoek
De GRZ is gericht op herstel in multidisciplinaire behandeltrajecten, met als einddoel dat een patiënt na een zo kort mogelijk verblijf in een instelling weer terugkeert naar huis. Zes jaar geleden is de GRZ overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw. Als gevolg hiervan hebben GRZ-instellingen hun zorg effectiever en efficiënter moeten inrichten. Beschrijvingen van goede zorg hebben hier een cruciale rol in gespeeld. ‘Beschrijvingen van goede zorg’ kunnen enerzijds landelijke richtlijnen of kwaliteitsstandaarden zijn, bijvoorbeeld het landelijk triage-instrument van Verenso. Anderzijds betreffen het zorgprogramma’s of zorgpaden opgesteld door de individuele zorgaanbieders. Voor verschillende patiëntengroepen zijn in deze zorgprogramma’s en zorgpaden bijvoorbeeld de criteria en basisstappen van het behandeltraject vastgelegd. Sinds de overheveling is het echter onduidelijk welke beschrijvingen van goede zorg op landelijk en regionaal niveau tot stand zijn gekomen. Verschillen hierin maken het lastig om gezamenlijk op te trekken in de doorontwikkeling van de GRZ binnen de context van zorg voor kwetsbare ouderen. In dit onderzoek wordt daarom de ontwikkelde zorginhoud voor de GRZ in kaart gebracht.

Over het onderzoek
Om de ontwikkelde beschrijvingen van goede zorg binnen de GRZ te onderzoeken, is gebruik gemaakt van een literatuuronderzoek, een enquête onder 49 GRZ-zorgaanbieders, zijn acht interviews afgenomen met managers zorg/behandeling en specialisten ouderengeneeskunde (SO), een analyse op de open DIS-data en een expertgroep. ActiZ, Zorginstituut Nederland, de Nederlandse Zorgautoriteit en meerdere experts op GRZ-gebied waren nauw betrokken bij de interpretatie van de resultaten. Dit onderzoek vond plaats in de periode van november 2018 tot januari 2019 in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Benieuwd naar de resultaten en aanbevelingen? Download de rapportage op de pagina van de Rijksoverheid.

Wat betekenen de resultaten van dit onderzoek voor zorgaanbieders? Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt een aantal concrete aanbevelingen gedaan:

Aanbeveling 1: Deel beschrijvingen van goede zorg tussen GRZ-zorgaanbieders en werk samen aan de doorontwikkeling. Veel zorgaanbieders vinden opnieuw het wiel uit als het gaat om het ontwikkelen van beschrijvingen van goede zorg. De aanbeveling is dan ook om zowel landelijk, regionaal als lokaal meer te delen en samen (door) te ontwikkelen.

Aanbeveling 2: Hanteer eenduidige termen en definities bij het ontwikkelen van beschrijvingen van goede zorg. Zorgaanbieders hanteren verschillende termen en definities om beschrijvingen van goede zorg aan te duiden, namelijk zorgprogramma’s, behandelprogramma’s en zorgpaden. Dit terwijl het volgens de wetenschap verschillende beschrijvingen van goede zorg zijn met verschillende doeleinden. Meer eenduidigheid in het gebruik van termen door zorgaanbieders en wetenschappers, zal het onderling vergelijken van beschrijvingen vereenvoudigen.

Aanbeveling 3: Creëer bij het opstellen van beschrijvingen van goede zorg een mindset gericht op het einddoel van het functioneren van de patiënt in de thuissituatie op basis van zijn of haar wensen. Volgens experts worden behandeldoelen nu vaak opgesteld met ontslag uit de intramurale setting als einddoel. Met het daadwerkelijk einddoel van functioneren in de thuissituatie voor ogen, zal het behandelplan van een patiënt er mogelijk anders uitzien. Het advies aan zorgaanbieders (zowel intra- als extramuraal werkende professionals) is om hierover intern het gesprek aan te gaan.

Aanbeveling 4: Gebruik de methodieken van zorgprogramma’s/zorgpaden en deel van de zorgmodules (waar mogelijk) beschrijvingen van goede zorg ook binnen ELV. Volgens de expertgroep is de methodiek van zorgprogramma’s/zorgpaden geschikt voor ELV en kunnen bepaalde zorgmodules GRZ ook op zorginhoud in een lagere intensiteit worden overgenomen voor beschrijvingen van goede zorg binnen ELV.

Tips voor GRZ-zorgaanbieders
Wij adviseren GRZ-zorgaanbieders om op basis van bovenstaande aanbevelingen het gesprek aan te gaan binnen uw organisatie. Een aantal vragen die u kunt stellen zijn:

  • Is samenwerking en uitwisseling van (beschrijvingen van) zorginhoud met andere GRZ-aanbieders mogelijk? Kunnen we daarbij gebruikmaken van al bestaande netwerken?
  • Wat is het doel van de beschrijvingen van goede zorg binnen onze organisatie? Wat levert het ons op?
  • In welke mate is er sprake van een mindset gericht op het einddoel van het functioneren van de patiënt in de thuissituatie op basis van zijn of haar wensen? Hoe is dit opgenomen in het behandelplan van de patiënt?
  • In welke mate is de ontwikkelde (beschrijving van) goede zorg voor GRZ ook toepasbaar voor ELV en EMB?

Meer weten?
Meer weten over hoe u deze aanbevelingen in de praktijk kan brengen? Wij gaan graag het gesprek met u aan. Neem hiervoor contact op met één van onderstaande adviseurs.