Na de medisch specialistische zorg gaat ook de GGZ aan de slag met VIPP

Na de medisch specialistische zorg gaat ook de GGZ aan de slag met VIPP

In 2017 is het Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional, ook wel bekend als VIPP, in de medisch specialistische zorg (MSZ) van start gegaan. Dit programma heeft tot doel om patiënten op korte termijn digitaal toegang te geven tot de eigen medische gegevens zoals medicatie, onderzoeken en verslaglegging van de medisch specialist. Op deze manier is de patiënt beter geïnformeerd en in staat om samen met zijn of haar specialist een beslissing te nemen over het behandeltraject. In november gaat VIPP in de GGZ van start. Wat zijn de verschillen met de MSZ?

Wat is VIPP?
VIPP is bedoeld voor zorginstellingen die de digitale toegang van patiënten tot de eigen medische gegevens in versneld tempo willen invoeren. In een periode van drie jaar worden extra stappen gezet om trapsgewijs te komen tot een digitaal beschikbaar medisch dossier. Dit medisch dossier dient aan het einde van deze periode beschikbaar te zijn in een beveiligd patiëntenportaal of in een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). 

Voor VIPP is het van belang dat (medische) gegevens op gestructureerde en gestandaardiseerde wijze worden vastgelegd. Dit maakt namelijk de weg vrij voor gegevensuitwisseling. Per onderwerp zijn zogenaamde Zorg Informatie Bouwstenen (ZIBs) uitgewerkt die beschrijven hoe de gegevens dienen te worden vastgelegd. Dit samen vormt de Basis Gegevensset Zorg (BGZ).

Zorginstellingen die deelnemen aan VIPP worden beloond met een subsidie. Deze subsidie kent, in tegenstelling tot de meeste gangbare subsidies, een resultaatverplichting. Dit betekent dat de subsidie alleen wordt toegekend indien het vooraf afgesproken (landelijk) resultaat is behaald. Hierdoor ontstaat een extra stimulans om de vooraf gestelde doelen te behalen.

VIPP in de GGZ
Na de medisch specialistische zorg (MSZ) gaat ook het subsidieprogramma voor de Geestelijke Gezondheidszorg van start. VIPP GGZ wordt voor het grootste gedeelte gelijk aan die van de MSZ. Dus ook hier moeten GGZ-aanbieders toe naar een gestructureerde wijze van gegevensvastlegging, zodat gegevensuitwisseling met de patiënt en tussen zorgaanbieders kan plaatsvinden. 

VIPP GGZ bestaat uit drie modules:

  • A1 en A2 - Patiënt en informatie. Heeft als doel om de patiënt inzage te geven in de gegevens uit het medisch dossier. Dit kan via een patiëntportaal of een PGO.
  • B1 en B2  - Patiënt en medicatie. Heeft als doel het digitaal beschikbaar maken van de actuele (voorgeschreven) medicatie en recepten.
  • C1 en C2 - Patiënt en eHealth. Heeft als doel om de inzet van eHealth te stimuleren en de resultaten hiervan terug te laten komen in het dossier van de patiënt.

De laatste module, gericht op e-health, is nieuw ten opzichte van VIPP in de MSZ. Hiermee lijkt de GGZ de MSZ voorbij te streven. GGZ-aanbieders met een omzet van meer dan € 500.000,- en een uitgevoerde nulmeting kunnen zich vanaf 1 november 2018 inschrijven voor de VIPP-regeling. Vervolgens kunnen deze zich voor maximaal drie modules inschrijven. Dit kan zijn A1 of A2, B1 en/of B2 en C1 of C2. Deze keuze is afhankelijk van de uitkomsten van de nulmeting die eerder in het jaar door de GGZ-aanbieders is ingevuld. Bij de B-module kan de aanbieder er dus voor kiezen om één van de twee of beiden uit te voeren.

VIPP in de MSZ
VIPP is ingedeeld in twee modules, namelijk patiëntinformatie (A) en patiëntmedicatie (B). Beide modules zijn ingedeeld in meerdere fases. De module van de patiëntinformatie (A) is gericht op het beschikbaar maken van medische gegevens voor de patiënt en dus de uitwisseling van medische gegevens tussen de patiënt en zorginstelling(en). De fasering loopt van (lokale) toegang tot niet-gestandaardiseerde medische gegevens (A1), via downloadbare gestandaardiseerde gegevens (A2) naar beschikbare medische gegevens in het PGO (A3).

Patiëntmedicatie (B) heeft hetzelfde doel maar richt zich daarnaast ook op de gegevensuitwisseling tussen zorgverleners onderling. In fase B1 ligt de focus op het beschikbaar maken van een actueel overzicht van medicatie voor zowel patiënt als zorgverlener. Daarna, in fase B2, moeten ook de actuele medicatierecepten (digitaal) beschikbaar gemaakt worden.

Fase A1 en B1 moeten per juli 2018 zijn gerealiseerd. De overige fasen hebben 31 december 2019 als deadline. In de meting van september 2018 geeft de VIPP monitor aan dat 99% van de ziekenhuizen fase A1 heeft behaald. Verder heeft 24% fase A2 en 10% fase A3 behaald. Dit betekent dat het grootste gedeelte van de deelnemende ziekenhuizen in staat is om digitaal de medische gegevens (offline) over te dragen aan de patiënt. Ten aanzien van de patiëntmedicatie heeft 59% van de ziekenhuizen B1 voltooid en 6% fase B2. Dit wil zeggen dat iets meer dan de helft van de ziekenhuizen in staat is om de patiënt en zorgverleners inzage te geven in een actueel overzicht van de medicatie.

Aan de slag met VIPP in de GGZ

Na de MSZ gaat ook de GGZ aan de slag met VIPP om zo patiënten in een versneld tempo toegang te geven tot de eigen medische gegevens. Daarnaast ligt in VIPP GGZ ook de focus op de inzet van e-health: een ontwikkeling die ook in de MSZ niet meer te stoppen lijkt. Wilt u als GGZ-aanbieder vanaf november direct aan de slag? Bent u op zoek naar een projectleider of projectmedewerker VIPP? Of zoekt u ondersteuning op het gebied van verandermanagement en communicatie? Neemt u dan contact met ons op.